<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" version="2.0" xmlns:itunes="http://www.itunes.com/dtds/podcast-1.0.dtd" xmlns:googleplay="http://www.google.com/schemas/play-podcasts/1.0"><channel><title><![CDATA[Substack OnLijn: Verhalen onLijn]]></title><description><![CDATA[Vaak Te Korte Verhalen, over mensen, dieren, dingen en hun belevenissen. ]]></description><link>https://lijnschutte.substack.com/s/verhalen-onlijn</link><image><url>https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!Pkew!,w_256,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0bd2092b-36a6-4eb0-8ad7-7e271de0ad3b_362x362.png</url><title>Substack OnLijn: Verhalen onLijn</title><link>https://lijnschutte.substack.com/s/verhalen-onlijn</link></image><generator>Substack</generator><lastBuildDate>Sun, 12 Apr 2026 08:18:09 GMT</lastBuildDate><atom:link href="https://lijnschutte.substack.com/feed" rel="self" type="application/rss+xml"/><copyright><![CDATA[lijn schutte]]></copyright><language><![CDATA[en]]></language><webMaster><![CDATA[lijnschutte@substack.com]]></webMaster><itunes:owner><itunes:email><![CDATA[lijnschutte@substack.com]]></itunes:email><itunes:name><![CDATA[Onlijn]]></itunes:name></itunes:owner><itunes:author><![CDATA[Onlijn]]></itunes:author><googleplay:owner><![CDATA[lijnschutte@substack.com]]></googleplay:owner><googleplay:email><![CDATA[lijnschutte@substack.com]]></googleplay:email><googleplay:author><![CDATA[Onlijn]]></googleplay:author><itunes:block><![CDATA[Yes]]></itunes:block><item><title><![CDATA[Goede Vrijdag]]></title><description><![CDATA[In de deur van de koelkast lag een ei.]]></description><link>https://lijnschutte.substack.com/p/goede-vrijdag</link><guid isPermaLink="false">https://lijnschutte.substack.com/p/goede-vrijdag</guid><dc:creator><![CDATA[Onlijn]]></dc:creator><pubDate>Sat, 04 Apr 2026 10:10:19 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!Pkew!,w_256,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0bd2092b-36a6-4eb0-8ad7-7e271de0ad3b_362x362.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<div class="preformatted-block" data-component-name="PreformattedTextBlockToDOM"><label class="hide-text" contenteditable="false">Text within this block will maintain its original spacing when published</label><pre class="text">In de deur van de koelkast lag een ei. Het laatste. 
Of het eerste; wie kon dat met zekerheid vaststellen? 
Het was het enige, in elk geval.&#9;&#9;&#9;&#9;&#9;&#9;&#9;
Het ei was koud en klonk bij het schudden alsof de hand van God er de zee in opgesloten had. Deze gedachte had Hem uiteindelijk op het idee van de schaaldieren geholpen. En als je zo eenmaal ge&#239;nspireerd raakte, dan was er geen houden meer aan. 
In niets anders dan een lendendoek &#8211; een vuile ook nog &#8211; blies Hij de haren uit Zijn oog, rechtte langzaamaan Zijn oude rug en peinsde een ogenblik. 
&#201;&#233;n ei. Op de vijfde dag. En Hij had honger.
Moest Hij dat ei koken? In de eigen schaal? 
Een koud kunstje, maar dan was het ook op. 
En koud had Hij het, in die ene lendendoek, die Hij deelde met de mot.
Langzaam, met voldoende tijd om nog op Zijn schreden terug te kunnen keren, sloot Hij de deur van de koelkast. Met een luide kraak viel er een stuk roest vanaf, naast Hem, in het stof.
Als ze wisten hoe de schatkist er in de hemel voor stond, kwamen de mensen vies bedrogen uit.

De dieven die Hem hadden bezocht, waren waarachtig bijbelvast geweest.
"Openmaken Matthe&#252;s!&#8221; Had er &#233;&#233;n geschreeuwd, in het aardedonker. 
&#8220;We komen voor de schatten, duivengebroed!&#8221; Brulde een ander. 
Hoeveel het er waren, had Hij niet kunnen tellen. Er was nog geen licht geweest. 
Als sprinkhanen die zich georganiseerd hadden, zo hadden ze Hem overvallen. 
Ze hadden Hem - met grendel en al - tegen de beschoeiing van Zijn woning gedrukt en waren langs, door en over Hem heen gebanjerd, om alles: Zijn kleding, Zijn voedselvoorraden, Zijn bed, Zijn meubilair en Zijn laatste hoop, onder Zijn warrige gedachten vandaan te sleuren. 
&#8220;En nou de juwelen, ouwe geest! Vooruit! Waar heb je de juwelen!? De bokalen!? De goudstaven!? En gauw een beetje!" Spuugde de sterkste in Zijn gezicht, toen alles buiten stond, op de koelkast na. 

Klats! 

De handpalm schroeide Zijn wang. 

Beteuterd staarde Hij naar Zijn blote, magere schouder en wendde toen behoedzaam Zijn gezicht naar de deuropening, als om te zeggen: &#8221;Daarbuiten staat alles wat ik had&#8230;&#8221;
Tot Zijn lichte verbazing bleef de andere slag uit.  
De vingers van de slaande hand, hadden zich nu uitgespreid over het perkamenten vel op Zijn magere borst, waaronder Zijn armen de losse grendel tegen Zijn lege buik klemden. 
Andere handen grepen Zijn polsen en bonden ze achter Zijn rug. 
Hij moest nu over die grendel voorover buigen. 
Iets scherps prikte daarbij in Zijn oog en hij sloot het gauw.

Daar hing Hij. 
De uit de scharnieren hangende deur, piepte in de wind. 

Was het Zijn eigen schuld geweest? 
Had Hij zich moeten verzetten? 
Kunnen verzetten?
Had Hij niet moeten verzamelen? 
Niets van buiten de woning binnenslepen? 
Niets feitelijk alleen verplaatsen, van de ene zijde van de deur, naar de andere?
Had Hij de deur als een bladzijde moeten uitscheuren?
De armen tot Zich moeten laten komen, zoals Hij achteraf bedacht had te hebben moeten doen?
De onschuld van die duif was wel bereikt. 
Maar die slang&#8230; 
Altijd weer die slang.

Had het zin gehad te roepen?
Hen te wijzen op het kwaad, dat in hen was gevaren?
Misschien hadden zij vrouwen te kleden gehad?
Kinderen te voeden?
Dorstigen te laven?
Had Hij een oordeel te vellen, achteraf?
Had iets beters hen gedreven, dan pure nood?
Had iets beters hen <em>kunnen</em> drijven, tot zo een wanhoopsdaad?
- Want wanhopig was ze -
Hebzucht wellicht? Was het hebzucht?
En hoeveel beter af, was de hebzuchtige? 
Hij voelde die gedachte iets bij Hem losmaken.
Was hebzucht nog iets anders, dan de laatste strohalm der wanhopigen.

Ja. 
Zij <em>waren</em> wanhopig geweest.
Zijn polsen vonden beweegruimte.
Die wanhoop <em>was</em> hun waarheid. 
Ineens wist Hij het ook. 
En Wie was aan die wanhoop schuld geweest?
Wiens waarheid was dit nu?

Plaf ... klaplok.
De touwen vielen van Zijn armen op de grond en iets daarna de grendel.
Een van Hem afgevallen last.
Daar stond Hij: in Zijn ruwe, naakte waarheid.  
Het piepen was verstomd; de wind gaan liggen.
Hij was bevrijd. 

En in die nieuwe vrijheid spreidde Hij Zijn armen.
Ruimte voelde Hij, alom; onbegrensde ruimte. 
Geen hindernissen meer, geen zekerheden ook, maar de deur was open.
In die ingedroogde borst welde iets op dat Hij voor vertrouwen hield. 
Voorlopig vertrouwen; iets anders was er niet.
Achter Zijn gesloten oog, ontwaarde Hij mogelijkheden en geloofde.
Hij geloofde zonder grenzen, geloofde hoe alles mogelijk was.
Geloofde in deze nieuwe vrijheid, waarin Hij Zijn armen gespreid had.
Hij geloofde dat het tijd werd, voor licht.

Niets prikte meer. Het inwaarts gerichte oog rolde voorzichtig naar omlaag. 
Nieuwsgierigheid hief het lid, dat optrok tot een gewelf en nu een overweldigend wit licht naar binnen liet. Hij kneep het weer toe en wachtte even, geduldig.
Alles mocht dan mogelijk zijn, al goed; maar toch liever niet allemaal tegelijk. 
Knipperend, door een bezem van dichte oogharen, scheidde Zijn blik het duister van het licht. In de lichtzee dook een donker vierkant op, dat zich naar achteren toe scheen te lengen. Hij wachtte een ogenblik, tot zijn netvlies in de nuances van de schaduw de contouren opnam. 
Het was een balk.
</pre></div><h6>O<em>ordeel niet en er zal niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zal je niet veroordeeld worden. </em>Lukas 6:37<em><br>Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl  je de balk in je eigen oog niet opmerkt? </em>Lukas 6:41<em><br>Maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten, noch over je lichaam en wat je aan zult trekken. Want het leven is meer dan voedsel en het lichaam is meer dan kleding. </em>Lucas 12:22,23<em><br>Verkoop alles wat je bezit en verdeel de opbrengst onder de armen. </em>Lucas 13:22<em><br>Alles is mogelijk voor wie gelooft. </em>Marcus 9:23<em><br>De waarheid zal je bevrijden. </em>Johannes 8:32<em><br>En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren. </em>Matthe&#252;s 5:39,40<em><br>Verzamel voor jezelf geen schatten op de aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel schatten in de hemel. </em>Matthe&#252;s 6:20<em><br>Wees scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif. </em>Mattheus 9:16</h6>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Ouder worden ]]></title><description><![CDATA[Het duurt nog een paar honderd dagen, voor ik de zes decennia rondgetold ben om de zon, maar ik kan je nu vast vanuit mijn tenen vertellen: ik heb dat dingetje met ouder worden n&#243;&#243;it gehad en ik vind het ook de grootste onzin. Hoe jong of hoe oud je ook bent, zaniken over je leeftijd: een gotspe vind ik het. Ja. Zoek maar op! Nee, dat is niet positief.]]></description><link>https://lijnschutte.substack.com/p/ouder-worden</link><guid isPermaLink="false">https://lijnschutte.substack.com/p/ouder-worden</guid><dc:creator><![CDATA[Onlijn]]></dc:creator><pubDate>Thu, 02 Apr 2026 22:54:22 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!Pkew!,w_256,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0bd2092b-36a6-4eb0-8ad7-7e271de0ad3b_362x362.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<div class="preformatted-block" data-component-name="PreformattedTextBlockToDOM"><label class="hide-text" contenteditable="false">Text within this block will maintain its original spacing when published</label><pre class="text">Het duurt nog een paar honderd dagen, voor ik de zes decennia rondgetold ben om de zon, maar ik kan je nu vast vanuit mijn tenen vertellen: ik heb dat dingetje met ouder worden n&#243;&#243;it gehad en ik vind het ook de grootste onzin.
Hoe jong of hoe oud je ook bent, zaniken over je leeftijd: een gotspe vind ik het.
Ja.
Zoek maar op!
Nee, dat is niet positief. Net als jij; jij bent ook niet positief.
Hoe besta je het, zeg.

Het leven wordt, door werkelijk iedereen die er ooit aan heeft deelgenomen, &#233;&#233;n richting op geleefd: naar voren; weg van de wieg, toe naar het graf. 
Ouder worden impliceert dat hoe langer je hier rondhangt, hoe ouder je wordt.
Iedere verontwaardiging daarover, is wat mij betreft volkomen misplaatst.
Alsof iemand je ooit anders voorgehouden heeft! 
&#8220;Youth is waisted on the young!&#8220; Riep George Bernard Shaw ooit in arren moede uit, vermoedelijk op een moment waarop hij, rond mijn huidige leeftijd, wakker werd met een bierbuik en een rimpelkop. 
In een paraphrase daarvan, zou ik graag willen stellen dat de "Ouderdom niet aan oude zanikerds is besteed".

Nee. De implicatie van leven is, dat je getuige bent van het verstrijken van de tijd. 
Of beter gezegd, je bent geen getuige: je b&#232;nt het verstrijken van de tijd; je bent bederf in wording.
En dat is waarachtig niks om je over te beklagen. Het is &#252;berhaupt al een godswonder dat je ooit ben uitgepoept op de planeet. Against - zo ongeveer - all odds, mogen we in ieder uniek geval wel weer opnieuw vaststellen.
Besef je dat eigenlijk wel? 
Ik merk er niks van.

Nou, gewoon niet: omdat de meeste mensen zich dat niet beseffen. Want als je dat besefte, dan gedroeg je je daar ook naar, in plaats van te zitten zaniken over je rimpelvel (dat die verzameling kluiven aan de binnenkant toch maar mooi bij mekaar houdt voor je, of niet soms?), of over je vergeelde gebit (wees blij dat je nog een gebit hebt!), of - god-betere-het - je grijze kop! (Waar je dan weer de een of andere kleurspoeling tegenaan flikkert, waar vervolgens de zoveelste zoetwatervis op uitsterft, met geblondeerde of auberginekleurige schubben op zijn dooie vel).

Op welke manier beperkt jouw persoonlijke vergrijzing je in je leven, eigenlijk? 
Leg me d&#224;t eens even uit, verwende celklomp die je bent! 
Ja, we gaan schelden ja.
Nou gewoon, omdat je dat verdient en omdat je je dan misschien een heel klein beetje beter realiseert, hoezeer je de Jackpot hebt gewonnen, zeikerd!
Nee, ik wind me w&#232;l op! 
Het is toch niet te geloven zeg!
Dat wil er nog uitzien en bijlopen alsof je veertien bent, of twaalf, omdat je denkt dat dat je appetijtelijk maakt voor dat andere geslacht.
(Wel waar, met je naveltruitje.)
Ach hou nou toch op, trut! 
Je staat je toch zeker zelf te modelleren naar de natte dromen van Deeprak Chopra en consorten? En al die andere veel te rijke en verkapte pedofielen, die blind geloven in hun eigen eeuwige jeugd, terwijl ze hun verrekijker richten op pr&#233;-pubers. 
Met je rokje tot n&#232;t voorbij je onderbroek. Moet je er geen twee verschillende kniekousen onder? Pipi! 
Kijk in de spiegel, met je hangkont en je zonnevlekken! Want waar het namelijk &#232;cht om gaat - en daar draai je maar de hele tijd omheen - is dat je God op je blote knie&#235;n mag danken dat je d&#8217;r &#252;berhaupt nog bent! 

Moet je horen, even tussen jou en mij: als ik een slordige twee eeuwen eerder geboren was, op deze zelfde plek, dan lag ik nu al twee decennia onder de groene zoden.
Of zoals Mozart, in een beerput. 
 
Dat geldt voor jou ook, ja! Maar je bent er nog.
(Lees &#8216;m nog maar eens)

Wat heb jij nou welbeschouwd helemaal te piepen, plofkip? Met je opgespoten snavel. Je hebt er al vierendertig, of zesenveertig, of twee&#235;nvijftig, of drie&#235;nzestig zonnerondes opzitten en n&#242;g trap je hier altijd rond, op je e-bike. 
En maar kankeren dat je oud wordt.
Schaam jij je niet? 
Voor je verwende gezanik? 

Iedere dag dat ik weer wakker wordt knijp ik mezelf in de arm.
&#8220;Mijn God&#8221;, denk ik dan: &#8220;w&#233;&#233;r niet gedroomd&#8230; ik leef echt! 
Ik ben op de planeet, ik heb een bed, een dak boven mijn hoofd, schoon drinkwater: zomaar uit de kraan. Ik heb twee armen, twee benen, twee ogen die wat zien, twee oren die wat horen, vergeelde tanden - grotendeels nog van mezelf - &#233;&#233;n borst, tien vingers en drie poezen die bij me wonen. Ik heb een prachtig uniek, gevoelig, slim en dapper mensenkind groot mogen brengen. Ik mag de lente meemaken, de herfst, de zomer, de winter en dan opnieuw. Ik word niet mijn huis uit gebombardeerd, ik word niet gemarteld in een gevangenis, ik heb andere mensen om me heen, in wie ik vertrouwen mag stellen. Ik mag praten, huilen, bang zijn, lachen, schrijven, troosten, bemoedigen, delen, vrij rondlopen, fietsen, ademen, liefde schenken en ontvangen. 
Al bijna zestig jaar en misschien nog langer. 
Wat een onvoorstelbaar, ongelofelijk, krankzinnig toeval.
En w&#224;t een godsgeschenk.
D&#224;t voel ik bij ouder worden. 
Iedere door God gezonden dag opnieuw.
</pre></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Neem nou hechting....]]></title><description><![CDATA[In antwoord op Nonunseses&#8217; &#8220;Fuck de ouderschapstips&#8221;]]></description><link>https://lijnschutte.substack.com/p/neem-nou-hechting</link><guid isPermaLink="false">https://lijnschutte.substack.com/p/neem-nou-hechting</guid><dc:creator><![CDATA[Onlijn]]></dc:creator><pubDate>Mon, 16 Mar 2026 11:21:46 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!Pkew!,w_256,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0bd2092b-36a6-4eb0-8ad7-7e271de0ad3b_362x362.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<p></p><blockquote><p>&#8220;Dat momentje met mijn dochter van drie, die &#8216;s avonds voor ze gaat slapen vraagt of ik naast haar kom liggen - nooit zeg ik nee, nooit ben ik streng, om haar te &#8216;leren alleen in slapen te geraken&#8217; - wist de hele dag uit&#8230;</p><p>Het is het mooiste moment van de dag. Dat laat ik door niemand afnemen. Niet door een Boomer met een mening. Niet door de podcast. Niet door het boek. Door niemand. &#8220;</p></blockquote><p></p><p>Dit (ongeveer, uit mijn hoofd geciteerd) schrijft <a href="https://substack.com/@nonunsenses/note/c-228285333?utm_source=notes-share-action&amp;r=2x92nk">Nonunsenses</a>, vader van een kleine geluksvogel van drie, op zijn Substack. (Ik zal straks mijn technische vaardigheden eens oprekken en zien of ik jullie direct naar zijn eigen schrijfselen kan linken, want het is zo ontwapenend, hoe hij schrijft. En ontwapening, <em><strong>dat</strong></em> is wat onze wereld nodig heeft!)</p><p>Omdat er in mijn kindertijd zo schromelijk weinig naar mij geluisterd is en ik zo'n akelig tekort in <em>gezien zijn</em> opliep, kan ik op zoiets niet in twee zinnen reageren.</p><p>Ik weid er een heel artikel aan, aan dit hartverwarmende standpunt, dat hopelijk in groten getale wordt omarmt: weg met de strengheid, weg met de kortzichtigheid, weg met die traditionele paniekverslaving, die alles wat de kindertijd kostbaar maakt, als een bezetene met wortel, tak, stoffer en blik uit het bestaan rukt en veegt, en onze zachte, liefdevolle, oorspronkelijke kinderen, met de duivel op de kleine hielen, de geconformeerde samenleving (die wij voor wasdom houden) in jaagt.</p><p>Hier is mijn uitgeweide antwoord, op de onvolprezen vaderinstincten door geen van <em>Nonunsenses</em> aan hun onschatbare werk, die zijn driejarige dochter in hem wakker maken en die hij hen beiden door geen boomer op aarde door de neus laat boren: </p><p></p><p>Mooi zo, want ze MOET helemaal niet "<em>leren om alleen te slapen</em>".</p><p>Mensen zijn zoogdieren. Die worden hun leven lang gedreven door hechting, de ingebouwde aantrekking die ons drijft tot zorgen en verzorgd worden. En hoe veiliger jouw dochter zich nu, in deze fase van haar ontwikkeling, aan jou mag hechten, hoe steviger die veiligheid zich in haar groeiende lijfje kan hechten; zodat ze straks, als ze naar school gaat, en een hele dag van jou gescheiden moet zijn, de hechting met jou al binnenin zich verankerd weet, want haar papa bevestigt en verankert in haar, dat ze bij hem hoort: iedere keer dat ze dat nodig heeft. </p><p>Straks gaat ze daardoor leren dat de hechting met papa van haarzelf is en blijvend, doordat ze gaat zien hoe ze op hem lijkt (net zo'n neus als papa, net zulke ogen als papa, net zo'n mond als mama) en dan ga jij dat leren bekrachtigen in haar. Met spelletjes bijvoorbeeld. Haar kleine voeten, samen, de &#233;&#233;n boven de ander, tegen jouw grote voet: <em>h&#233;, allebei mijn voeten passen in jouw voet, papa! </em>En ze draagt haar mama&#8217;s jurk: nu is ze <em>net als mama</em>. </p><p>Zo werken kleine kinderen aan hun gehechtheid, met al hun zintuigen: ze zien jou, horen jou, ruiken jou, voelen jou, voeden zich met jou, op talloze manieren en ook als je eventjes niet in hun directe blikveld kunt zijn. </p><p>Zo groeit en ontwikkelt hun brein zich op een veilige manier: ze behoren jou toe: altijd. </p><p>Ook wanneer ze op school zijn, ook wanneer ze niet bij ons zijn, ook als ze met hun vriendjes zijn, of hun neefjes en nichtjes, ook als ze alleen op de fiets door de stad rijden, of alleen met de trein door Europa, ook als ze later samen met een partner zijn en nog steeds wanneer ze zelf alweer kindjes krijgen, en zelfs nog ver daarna, als jij op een dag sterft. Zelfs als <em>zij</em> op een dag sterft: </p><p>Je vader blijft altijd je vader, je moeder blijft altijd je moeder, of je elkaar nu ziet of niet. Of je elkaar nu spreekt of niet. Niemand of niets - geen boomer, geen podcast, geen boek ter wereld kan dat vaststaande feit ongedaan maken; zelfs niet de dood.   Jij bent en blijft voor altijd haar vader en zij is en blijft voor altijd jouw dochter en d&#225;t, <strong>dat</strong> is wat ze <em>nu moet leren</em> en door hoe jij het antwoord bent op al haar vragen; dat is <em>hoe</em> ze dat leert.</p><p>Zo groeit en verankert die veilige  hechting, dat eeuwig toebehoren, voor altijd in haar en neemt niemand haar dat ooit nog af: geen roepende boomers, geen andere - <em>zelf </em>minder veilig gehechte - mensen, geen podcast, geen boeken, geen  dood: niemand. </p><p>Zo leren kinderen ook wat <em>altijd</em> betekent: nooit kunnen ze jouw liefde: de bescherming van hun leven, kwijt spelen (want jij wijst haar nooit af). </p><p>Niet als ze gaat slapen (want jij blijft bij haar, zolang als ze dat nodig heeft).            Niet als ze sterke emoties ervaart (want jij verduurt, begrijpt, vervult, met het geduld van God, haar onstuitbare energie, totdat ze om mag vallen met haar neus in jouw oksel en de wereld weer klein is en warm en veilig en naar papa ruikt).</p><p>Ook niet als er gedrag uit haar komt, dat je liever niet wilt. Dan benoem je het gedrag als wat het is - niet haarzelf, maar een gedraging; een temporele kanalisatie van kinderlijke onmacht - en laat je haar ervaren hoe ze uiting aan haar emotie kan geven, op een veilige manier en zonder dat dat aan haar gehechtheid met jou kan tornen. Jouw gehechtheid aan haar is <em>ontornbaar</em>: daar kwam immers niets of niemand tussen.</p><p>Als ze gefrustreerd raakt en de frustratie wordt eventjes te groot voor dat kleine lijfje om te verteren en er vliegt een blok door de kamer, (of ze bijt in je teen) ook dan blijft haar vader aan haar zijde, ook dan blijft ze veilig bij jou en dan kom jij haar gewoon te hulp, zoals je haar met alles te hulp zou komen, waar ze nog niet sterk en zelfstandig genoeg voor was. </p><p>Je geeft haar vast woorden voor de emotie, terwijl je het gedrag op een begripvolle manier benoemt. <em>Niet</em> om haar te straffen, voor een overweldigende gevoelsbeleving. <em>Niet</em> door haar van jou te separeren, terwijl ze juist door een grote emotie gaat.      <em>Niet</em> door haar te leren dat ze met zo'n grote emotie haar papa verliest, maar door even bij haar te zitten, wanneer ze die voelt (precies zoals jij deed) en met jouw rustige stem woorden aan haar te lenen, die grote emotie v&#243;&#243;r haar te verbaliseren - Oeh! Dat was een grote boos, h&#232;? Daar kwam de boosheid ineens dat blok door de kamer smijten / in Papa's teen bijten, want het gebeurde te vlug en te groot. Eventjes kon je niet zeggen &#8220;Dat maakt mij boos! Dat geeft mij een groooooote boos! Maar ik zie dat: jij hebt daar een frons in je wenkbrauwen, en je handen zijn in vuistjes gebald, je armen helemaal omlaag gestrekt: dat is een grote boos, he? </p><p>"Ja!&#8221;</p><p>Kom, zullen wij dat eens samen doen? </p><p>Papa gaat ook zijn vuisten ballen en zijn armen omlaag strekken en zijn wenkbrauwen fronzen. Ik doe dat samen met jou. Zullen wij dat eens samen zeggen?  &#8220;Hier is een grote boos! Ik voel een grote boos nu hier!&#8221;- </p><p>Waar voelen wij die boos eigenlijk allemaal? </p><p>In onze gefronste wenkbrauwen, in onze gebalde vuisten, in onze gestrekte armen, in onze harde borst. </p><p>Nog ergens anders? </p><p>Oh, zeg ik voel die boos ook in mijn kaken, jij ook? Ik voel die in hoe ik mijn kiezen op elkaar bijt!</p><p>Zullen wij eens in de deken bijten? (De deken, die vindt dat best, zeg, die voelt daar geen pijn van.) </p><p></p><p>Dit is maar een voorbeeld van hoe boosheid <strong>verwerkt</strong> kan worden, natuurlijk. Belangrijk is alleen dat <em>wij de emotie zien</em> en dat <em>het kind ziet en voelt dat haar emotie gezien is en serieus genomen en aanvaar</em>d. Zo leren wij aan kinderen dat <strong>alle</strong> <strong>emoties</strong> welkom zijn, gezien, gevoeld, serieus genomen en beleefd kunnen worden en dat geen emotie die ze <em>ervaren</em>, hen ongewenst maken, of onbemind. </p><p>Zo leren wij aan onze kinderen dat haar emoties haar menselijk maken en dat emoties niet kunnen doden. Dat emoties begrijpelijk en ongevaarlijk zijn. </p><p>Zo leert een kind (dat later uitgroeit - ook van binnen, ook emotioneel uitgroeit - in een volwassene) hoe het expressie kan geven aan emoties - die ons door onze levens leiden, die ons leren wat we graag hebben en willen nastreven en wat ons bezeert, wat we willen vermijden  - en ook hoe we al onze gevoelens kunnen beleven, en daardoor verbonden blijven met onszelf en zo eveneens met de mensen van wie we houden en die van ons houden. </p><p>Zo leren wij aan onze kinderen wat liefde is. Onstuitbare liefde. Onafhankelijke liefde. Onvergankelijke liefde: soevereine liefde. </p><p>Soevereine liefde voor zichzelf, dat leren onze kinderen van ons.                                  En is die onwankelbare liefde eenmaal verworven, eenmaal verankerd binnen onszelf, dan nemen wij die overal mee naartoe in het leven en brengen haar naar andere mensen, dieren, planten en bomen. Brengen haar naar <em>al</em> wat leeft; zelfs naar mensen die we nog niet kennen. Dat wordt ons mogelijk, omdat we aan die veilig verankerde liefde - die in ons meereizende levensverzekering, die onwankelbare wetenschap, die wij brokjesgewijs van onze veilige ouders ontvangen hebben, in al die talloze beleefde ogenblikken, in onze baby-, peuter-, kleuter-, basisschooltijd en adolescentie, waarin we door hun altijd beschikbare, nooit onthouden en onwrikbare liefde, heelhuids  door onze hevigste emoties gedragen werden. Die alomvattende liefde, grenzeloos aan ons geschonken, schenkt ons dan voor het hele verdere leven, het vertrouwd gemaakte <em>vermogen tot voelen -</em> van welke emotie ook - waaraan wij voorgoed onze menselijkheid herkennen en daarmee - en uitsluitend daarmee! - ook de menselijkheid in iedere andere mens. </p><p><em><strong>Dit</strong></em> is de opgave van het ouderschap. <em><strong>Dit</strong></em> is het werk, het dagelijkse, toegewijde, onaflaatbare moment-voor-moment werk van het grootbrengen van kinderen. </p><p>Als we leren onze emoties te benoemen, als de verscheidene toestanden waarin we kunnen verkeren en die ons iets te leren hebben over hoe we het leven op dat moment ervaren; dan kunnen die emoties - <em>al</em> die verschillende emoties - hun natuurlijke rol in ons leven vervullen en hoeven wij ons er niet mee te identificeren, blijven die emoties vloeiend en veranderlijk als het leven zelf, in ons en hoeven er niet &#233;&#233;n of twee in ons te stollen en hoeven wij ons niet te hechten aan de emoties die ons niet toegestaan werden, of juist die emoties die ons als enigen toegestaan werden, zoals het patriarchaat verreweg de meesten van ons in de laatste tienduizend jaar heeft gedicteerd. </p><p>Wij hoeven niet meer te denken &#8220;ik ben boos&#8221;, maar begrijpen "ik voel mij nu boos". </p><p>Niemand  &#8220;is&#8221;  feitelijk boos; ook boosheid is slechts &#233;&#233;n van de emoties, die door ieder van ons gevoeld kan worden. En wanneer we die mogen voelen en er expressie aan mogen geven - zonder dat we met die expressie onze gehechtheidsrelaties in gevaar brengen - dan kan die emotie ons iets duidelijk maken over dat moment en vertrekt hij daarna weer uit het lichaam (in hooguit 90 seconden). </p><p>Dat gebeurt in onze samenlevingen niet meer vanzelf. Het veilig en geborgen grootbrengen van kinderen vereist een onevenredig grote inspanning, omdat de verantwoordelijkheid daarover op een steeds kleiner aantal schouders (nog maar van een of twee ouders) neerkomt, waar we evolutionair, biologisch, sociologisch en psychologisch gemaakt zijn om in stabiele kleine groepen te leven en die levenstaak  met meerdere bij elkaar levende volwassen mensen en kinderen samen te vervullen.</p><p>Hoe groeien we zo gezond, compleet en veerkrachtig mogelijk op, binnen die te krappe kaders die de meesten van ons bemeten zijn?</p><p>We moeten door veilig geleide ervaringen met <em>gezien</em>, <em>begrepen</em> en <em>aanvaard</em> worden, door liefdevolle ouders en andere verzorgers - die we nooit kunnen kwijtspelen - leren wat onze emoties bedoelen en hoe we hen het meest vruchtbaar kunnen benutten in onze levens. </p><p>Om ervaringen te faciliteren waarin onze kinderen dat kunnen leren, moeten we condities voor dat leren scheppen. Condities die <em>dat </em>leren ontlokken, die <em>dat </em>leren mogelijk maken.</p><p>Die condities zijn: </p><p>&#8226; <strong>Herkenning</strong> van de emotie in het lichaam.  (Hiervoor hebben we getuigen nodig, in ieder geval als kind en wanneer we die getuigenis als kind niet hebben kunnen ontvangen - als we niet gezien konden worden met onze emoties - hebben we getuigenissen als volwassene alsnog nodig, van andere mensen.)</p><p>&#8226; <strong>Beleving</strong> van de emotie in het lichaam. (Hiervoor hebben in ieder geval kinderen - en als de energie van de emotie te intens is om binnen &#233;&#233;n lichaam te kunnen verduren, volwassenen net zo - de veilige, kalme betrokkenheid, de emotionele bereidheid tot nabijheid, van andere volwassenen nodig.)</p><p>&#8226; <strong>Expressie</strong> - het buiten het lichaam brengen - van de emotie. Dat kan met woorden, met beweging, met creatie, met mimiek, met geluid, met tranen, of met een combinatie van deze dingen.</p><p>&#8226; <strong>Aanvaarding</strong> van de emotie en van de boodschap ervan.  Eenmaal tot uitdrukking gebracht kan de betekenis van de emotie begrepen worden, omdat de energetische  lading ervan, nu buiten het systeem is gebracht.  De energie van de emotie vaart uit ons en de emotie transformeert in begrip, dat we integreren in het gedurende ons leven steeds groter groeiende arsenaal van menselijke ervaringen, dat ons veerkracht biedt, dat ons voorstellingsvermogen vergroot, en onze liefde voor onszelf en voor andere wezens voedt - doorheen wie eveneens dezelfde emoties trekken en in wie we - naarmate ons leven vordert - steeds beter leren herkennen, wat we ook in onszelf steeds beter kennen.</p><p></p>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Boreling]]></title><description><![CDATA[Is er licht?]]></description><link>https://lijnschutte.substack.com/p/boreling</link><guid isPermaLink="false">https://lijnschutte.substack.com/p/boreling</guid><dc:creator><![CDATA[Onlijn]]></dc:creator><pubDate>Sat, 07 Mar 2026 01:26:09 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!Pkew!,w_256,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0bd2092b-36a6-4eb0-8ad7-7e271de0ad3b_362x362.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<div class="preformatted-block" data-component-name="PreformattedTextBlockToDOM"><label class="hide-text" contenteditable="false">Text within this block will maintain its original spacing when published</label><pre class="text"><strong>Is er licht? </strong>
Onlicht?
Kijk je?
Je kijkt.
Zoekt.

Je ligt op het levenloze. Op je rug. Gebakerd tussen lakens. Maar dat weet je niet. 
Je bent bewegingloos, maar dat weet je niet. Wat je niet beweegt ervaar je niet. Bestaat niet.
Peilloze leemte gaapt onder je nek. Loden zwaarte beveelt je bewegingloze hoofd. 
Je bent alleen een loden hoofd.
Iets bonkt pijnlijk in je borst, dreunt in het binnenste van je oren.
Grommen zwelt aan, je schrikt en verstijfd, luider, nog meer pijn, ondraaglijk.
Je slikt. 
Niets in je komt tot gillen. 
Alleen. 
In angst. 
In peilloze verlatenheid.
Je neus ruikt vreemdheid, ongekendheid. 
Alles is even ongekend. 
Aldoor.

Een lichtzuil snijdt als een vlijmscherp mes de ruimte in twee delen. 
De grom vervaagd, verstomt, verdampt.
Alles in je is even gevoelig. 
Even alert. 
Even behoeftig.
Verdrietig.
Bang.

Je let op. 
Gespannen als een snaar, constant op de hoogste spanning .
Is er beweging in je borst? 
Je weet het niet. Alles is stil.
Geen warm. Geen zacht. Geen geur.
Wanhoop galmt nu, als een gong, door je bevende ziel.

Je slikt. 
Niets.
Niets in je mond.
Niets in je maag.
Niets in je hart. 
Je weet niets.
Je bent niets.
Niets, dat valt, dat aan het vallen is, blijvend aan het vallen is.

Niemand komt.
Verlaten.
Je bent verlaten.
Waarom?
Niemand komt voor jou.

Je lijdt. 
Je smacht.
Naar warm. Naar veilig. Naar weten.
Doodsangst in je keel, je borst, je bloed.
Je aarzelende mond nu, zoekt. Voorzichtig strek je je tong.

Plotseling is alles anders.
Je reikt je gehoor naar het verre zingen.
&#8220;Hier!&#8221; Roepen je wijdopengesperde ogen.
&#8220;Hier! Haal me op! Beweeg mijn lichaam! Draag mijn hoofd!&#8221;
Je ogen branden en drijven in warm water, dat welt en bijt in je zachte hongerige huid.
Het zingen nadert, voller, veiliger, het licht is plotseling overal.
Je knijpt je ogen, dan is het even donker, je ontspant, dan weer dat licht.
Zachte warmte en kracht neemt je op. 
Je reist door de lucht. 
Nu ruik je haar ook. 
Waar ben je nu?
Waar was ze nou?
De pijn in je borst is onverdraaglijk.
Ze is er, jij bent er, jullie zijn. 
De schok flapt je longen open. Het zachte, warme, zoete, rust op je wang.
Het zingen draagt je hele hoofd, omwikkelt je schouders, je rug, je billen, steunt je buik, je borst, je benen, met het grenzeloos veilige warme.
Alles ruikt goed nu.

Iets kriebelt je mondhoek, je zoekt nieuwsgierig, hongerig plotseling. 
Gretig spreid je je hele mond.
De rode loper van je tong rolt over je onderlip naar buiten, vangt het zachte zingen, zuigt je mond vol van haar. De kriebel tikt bovenaan je zachte verhemelte. 
Alles is luchtledig nu. 
Je slikt en daar is het: je hele mond, keel, borst en buik, stromen vol met zachte, zoete liefde. 
Je slikt en sluit en opent en sluit je kaken, en drinkt vol overgave van haar warme huid. 
Je slikt en verzacht, slikt en vertrouwt, slikt en verzaligt je gezongen bestaan.
Je borst trommelt zijn enige opdracht:
Leven,
Leven,
Leven,
Leven&#8230;</pre></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Willemijn]]></title><description><![CDATA[Willemijn was het kleinste meisje in groep 5 bij Veer.]]></description><link>https://lijnschutte.substack.com/p/willemijn-bca</link><guid isPermaLink="false">https://lijnschutte.substack.com/p/willemijn-bca</guid><dc:creator><![CDATA[Onlijn]]></dc:creator><pubDate>Mon, 23 Feb 2026 22:55:01 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!Pkew!,w_256,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0bd2092b-36a6-4eb0-8ad7-7e271de0ad3b_362x362.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<div class="preformatted-block" data-component-name="PreformattedTextBlockToDOM"><label class="hide-text" contenteditable="false">Text within this block will maintain its original spacing when published</label><pre class="text">Willemijn was het kleinste meisje in groep 5 bij Veer. Ze was zo klein dat de juf haar dikwijls als vermist registreerde, bij het tellen van de kinderen, als ze de klas binnenkwamen of weer uitgingen. Gelukkig ontdekten ze dat Willemijn een stem had. En wat voor &#233;&#233;n. 
"Willemijn, ben jij ook weer binnen?" Informeerde de juf dikwijls na het speelkwartier.
Dan kropen de kinderen weg onder hun tafeltjes, drukten hun vingers diep in hun oren en wachtten sidderend af, tot ze Willemijn "JAAHAAAAAAAAAAA," hoorden galmen. 

"Ah. Mooi zo." zei dan de juf en ze ging zitten aan haar bureau, alsof er niks gebeurd was. 
"Doe allemaal maar je taalboek open op bladzijde 3."
Dan kwamen de kinderen weer onder hun tafeltjes vandaan, gingen gehoorzaam op hun stoelen zitten, raapten van hun tafeltjes gewaaide papieren op van de grond, een paar kinderen zetten een paar omgevallen planten weer terug in de vensterbank, iedereen keek weer over Willemijn heen naar het bord en de les begon.

Wat was het nou?
In het kleine lijfje van Willemijn zat ergens een scheepshoorn. 
Zo'n heel grote, waarmee oceaanstomers uitgerust worden, zodat ze alle kleine en wendbaarder schepen, en ook de grote, in de mist kunnen waarschuwen dat ze in de buurt zijn en je er niet per ongeluk tegenop vaart.
 
Zo'n scheepshoorn had de moeder van Willemijn - die zelf alleen maar fluisterde, zodat behalve Willemijn niemand op het schoolplein het hoorde wanneer ze eens iets zei - een keer op een rommelmarkt op de kop getikt en 's morgens aan het ontbijt bij Willemijn door de yoghurt geroerd. 

"Je moet het eerst even proeven, lieverd," fluisterde de moeder van Willemijn, toen ze het argwanende gezicht van haar dochter boven het schaaltje zag. 
Toen draaide ze zich weer om naar het aanrecht om zo onopvallend mogelijk een kopje thee voor hen in te schenken, en Willemijn nam een hap. 

"Goede God in de Hoge Hemel, laat haar gebit het houden," bad de moeder van Willemijn in stilte boven het aanrecht, terwijl ze in ieder kopje een schepje bijenhoning door de thee roerde.
Achter haar rug knarste het gebit van Willemijn op de scheepshoorn en hoorde haar moeder hoe haar dochter - die niet zozeer met gehoorzaamheid,  alswel met een grote nieuwsgierigheid was behept - de ene na de andere hap naar binnen lepelde. 
Bij het laatste uitschrapen van het schaaltje en het aflikken van haar lippen, draaide haar moeder zich eindelijk weer naar de ontbijttafel om, glimlachte teder, zette de thee voor hen neer en fluisterde "Lekker?"

Willemijn dacht even na over een antwoord, voelde toen een boer opkomen en opende haar mond.
De moeder van Willemijn kon nog net haar handen om de kopjes klemmen, waarbinnen de thee in schuimende golven tegen het porselein klotste. De muren van de woonkamer, de glazen servieskast, de ruiten: alles bulderde, dreunde, rammelde en rinkelde, alsof er van voor naar achter een orkaan doorheen geblazen werd. 
Buiten op straat loeiden de alarmen van geparkeerde auto's en de mensen uit de buurt hingen uit de ramen en speurden in de richting van de Amstel, om te zien of er misschien een cruise, zo'n varende flat, door de Berlagebrug heen brak. 
Maar ze zagen niks en dus gingen ze weer naar binnen en sloten de ramen.

"Kom schat, drink je thee op," fluisterde de moeder van Willemijn, "het is kwart over acht, we moeten zo naar school."
Willemijn dronk haar thee, glipte van de stoel en zei met haar gewone stem: "Mag ik morgen weer gewoon een beschuitje?"

Willemijn gebruikte haar scheepshoorn heus niet ieder moment.
Maar als ze weer eens totaal over het hoofd gezien werd, of door de juf gezocht, terwijl ze vlak voor haar neus stond, dan vond ze het wel handig. 

In groep 5 en 6 hadden de kinderen "schooltuinen". Die lagen achter de dijk naast de Weespertrekvaart, twintig minuten fietsen vanaf school. 
Ieder kind had een tuintje van 80 bij 1.40, zoiets, en in het vroege voorjaar hadden al die kindervingers daar holletjes in de aarde geboord en die holletjes opgevuld met het &#233;&#233;n of andere zaad. Worteltjes, radijzen, tomaat, prei en ook ui. 
Het tuintje van Willemijn was het buurtuintje van Veer, zo kwam het. 

Vlak voor of vlak na de zomervakantie, wie zal het zeggen, waren de wekelijkse uitjes naar de schooltuinen het leukst. Dan werd er geoogst wat al die groene vingertjes  gezaaid hadden. 
Veer had een prachtige bos wortelen - waarvan er &#233;&#233;n twee benen had onder &#233;&#233;n bosje loof - radijsjes, een bloemkool, een aardappel of drie en ook nog een paar bietjes. 

In de tuin van Willemijn stond de  tuinierster met twee vastbesloten knuistjes aan het groene haar te sjorren van wat een ui moest zijn. Aan weerszijden van het haar, stonden de hakken van haar rode tuinlaarsjes. 
Willemijn boog de knie&#235;n en strekte haar armen, hing haar lijfje naar achteren en gooide haar blonde hoofd in haar nek, en met alle wilskracht  die ze in zich had, zette ze zich af tegen de meest weerbarstige vierkante meter klei op aarde, kreunde dreigend en trok uit alle macht aan de groene strengen.

De aarde bolde een klein beetje,  een kloddertje droge klei rolde naar het tuintje van Veer en verder gebeurde er niets. 
Veer zette zijn tasje met oogst op de grond, stapte in de voetsporen van Willemijn, sloeg zijn armpjes om haar middel en trok mee. 
"Een, twee!" Riep hij, en twee gezworen kinderlijfjes hingen aan de haren van de onderaardse ui en trapten de aardbol van zich af alsof het een boze droom was die hen te grazen kwam nemen. 

Een zanderig kuchje klonk vanwaar de paardenstaart van de ui de grond uit stak.  Twee korreltjes aarde rolden verlegen opzij. 
Maar Willemijn had gegromd en als Willemijn gromde, liep het gevaar dat de scheepshoorn af zou gaan, en dus haastten zich de laarsjes van de andere schooltuiniers naar het tuintje van Willemijn, zetten in een eensgezinde rij de hakjes in het zand en sloegen armpjes om elkaars middel, en toen de laatste laarsjes in de rij stonden en alle knie&#235;n zich tegelijk bogen - als een bij het korps Mariniers getrainde duizendpoot - klonk het uit honderd kindermonden nog eens: "&#233;&#233;n, twee..."

Willemijn kreunde, en kreeg een hoofd zo rood als een bietje van Veer, dat al spoedig afgaf op de gezichten van de hoofden achter haar.
De staart van de ui stond recht overeind alsof er ijzerdraad in stak, de tuinkabouters puften en steunden, wolkjes stoom dampten uit neusgaten, de aarde knerpte verveeld, leek even op te bollen en sloot zich dan weer hermetisch rond de ui,  pesterig en van de eigen onoverwinnelijkheid overtuigd, als een veel groter kind dat een speeltje van een ander heeft afgepakt, waar het zelf al te oud voor is, maar dat het uit pure onhebbelijkheid niet terug wil geven.

Maar toen, terwijl de rij achter Willemijn al uitgeput op de grond was gezegen en Veer nog als enige om haar middel hing, blies Willemijn de scheepshoorn en liet de aarde geschrokken de ui los.

".....DRIE!" Loeide Willemijn en de aardkorst barste open tussen hun laarsjes en gaf met zo'n perswee geboorte aan een ui ter grote van een stevig opgepompte voetbal, dat hij in een parabool over de hoofden van de op hun billen achterover tuimelende Willemijn en Veer naar achteren vloog, en toen met een uitgeputte zucht op het zand belandde, middenin het tuintje van Zo&#235;, die een half uur geleden al met haar oogst in een plastic tas, achterop de fiets van haar moeder naar huis gereden was. 

Willemijn en Veer bogen zich in ongeloof over de reuze-ui, persten hem toen in een canvas boodschappen tas, verdeelden de hengsels tussen hen beiden en sleurden hem achter zich aan naar het hek, waar de moeder van Willemijn fluisterend voorstelde om die avond Franse uiensoep te maken, met zo'n stokbroodje met gesmolten Gruy&#232;re, dat als een bootje in de bouillon dobbert. 

Veer had nog even over zijn schouder gekeken en in het tuintje van Willemijn een krater zien liggen, waar je je in het geval van een veldslag bij een plotseling uitgebroken burgeroorlog, gemakkelijk met de hele klas in zou kunnen verschansen. De hoveniers van de schooltuinen schepten tien grote kruiwagens zo vol met aarde, dat het er in bergjes bovenuit stak, en reden in colonne achter elkaar over het paadje naar het gat, waar ooit het tuintje van Willemijn gelegen had. Voor de grap riepen ze  schunnige woorden in de diepte en kiepten toen hun kruiwagens erin leeg, met een lichtzinnigheid alsof de minuten in het leven van een hovenier allemaal bestonden uit het opvullen van eendere kraters met eendere kruiwagens aarde. 

Wij aten die avond de bloemkool en de worteltjes, die overheerlijk waren. Die met de twee benen kreeg Veer. Hij smeerde met ketchup twee rode laarsjes aan de uiteinden en at ze op.
</pre></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Hello Goodbay]]></title><description><![CDATA[Het kwam door die lange jas.]]></description><link>https://lijnschutte.substack.com/p/hello-goodbay</link><guid isPermaLink="false">https://lijnschutte.substack.com/p/hello-goodbay</guid><dc:creator><![CDATA[Onlijn]]></dc:creator><pubDate>Mon, 23 Feb 2026 00:45:13 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!Pkew!,w_256,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0bd2092b-36a6-4eb0-8ad7-7e271de0ad3b_362x362.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<div class="preformatted-block" data-component-name="PreformattedTextBlockToDOM"><label class="hide-text" contenteditable="false">Text within this block will maintain its original spacing when published</label><pre class="text">Het kwam door die lange jas. Veel te netjes. 
Dat had hij nooit gehad. Integendeel. 
Doodgravers, zei hij altijd, die dragen lange jassen. 
En doktoren. 
Maar wie zit daarop te wachten? 
Je kunt nooit weten wat er allemaal onder weggestoken wordt. 
Of weggehangen natuurlijk. Voor een lange jas in het park is het helem&#225;&#225;l oppassen geblazen. 
Lange jassen. 
<em>Hij</em> had er altijd een hekel aan gehad.

Het tweede dat opviel was dat koffertje. Het adjectief &#8220;bespottelijk&#8221; drong zich op. 
Het was ooit rood geweest en nu beplakt met een oneindigheid aan witte of vergeelde ronde stickers; in allerlei formaten en kris-kras over elkaar.

Ik kneep mijn ogen een beetje toe. 
Zo was het alsof ik door een klein, rechthoekig raampje, een avondrode sterrenhemel inkeek.
Als je langer achtereen kijkt, ontwaar je ook diepte in het duisterste duister.
Sommige leken groter en daardoor dichterbij, maar dat hoefde helemaal niet waar te zijn.
En hoe nabij iets ook voelde, over de werkelijke afstand zei dat niets. 

Al die tijd had hij mij nog niet opgemerkt natuurlijk.
Door mijn wimpers gleed een heel universum, geruisloos, aan mij voorbij.
Voortgetrokken door Mars, op vier van die kleine rotwieltjes.



</pre></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Kou]]></title><description><![CDATA[Als warmte energie was en beweging - beweging van de meest onwaarneembare deeltjes in onszelf en om ons heen - wat kon kou dan anders zijn dan een stilvallen; afkoeling anders dan een vertraging, tot bewegingloosheid komen van wat eerder nog gestroomd had, gebonsd, getrild, gezinderd? Door de kier in het hout viel gradueel minder licht.]]></description><link>https://lijnschutte.substack.com/p/kou</link><guid isPermaLink="false">https://lijnschutte.substack.com/p/kou</guid><dc:creator><![CDATA[Onlijn]]></dc:creator><pubDate>Mon, 23 Feb 2026 00:40:50 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!Pkew!,w_256,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0bd2092b-36a6-4eb0-8ad7-7e271de0ad3b_362x362.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<div class="preformatted-block" data-component-name="PreformattedTextBlockToDOM"><label class="hide-text" contenteditable="false">Text within this block will maintain its original spacing when published</label><pre class="text">Als warmte energie was en beweging - beweging van de meest onwaarneembare deeltjes in onszelf en om ons heen -  wat kon kou dan anders zijn dan een stilvallen; afkoeling anders dan een vertraging, tot bewegingloosheid komen van wat eerder nog gestroomd had, gebonsd, getrild, gezinderd?

Door de kier in het hout viel gradueel minder licht. 
De kou liet zich zien noch horen, proeven noch voelen, denken niet eens. 
Althans niet door hem. 
De reeds lang vertraagde adem, het ruisen van het bloed, alles was tot stilstand gekomen, tot zwijgen.
Buiten op het kale hout rustten onzichtbare watermoleculen. In aangroeiende witte ijsharen koloniseerden ze de ruwe celwanden van de planken, vonkten op als glinsteringen tussen de korrels van zwarte aarde aan de wanden van de kuil en spatten als vonkelnevels op van de paden en van de zwarte stammen van versteende bomen, waarin ook de adem van de wind was gestokt. 
Koud was de stolling van het bewegingloze bloed, dat bezonk in de dalen van al zijn vaten. Stoffelijke delen als klei onderop; het heldere water daarboven - waaruit al wat leeft en ook al wat gestorven is, bestaat &#8211; hardde uit in het indalen van die winternacht. De ijsmoleculen explodeerden, als bliksemschichten, koude sterren en slingerden krakende tentakels over ieder oppervlak. Eensgezindheid, kadaverdiscipline, heerst bij graden onder nul: niets ontziende vorst.

De zoon verrees, nog in het aardedonker, de geitenharen benige voeten gestoken in de wankele klompen, schuivend over de deel, tot bij de pikhaak.
Zijn magere vingers grepen de lamp; een zwavelkop schampte langs de zool, brandde op, likte de katoenen lont en stappend in zijn vaders sporen, ging hij, langs slapende kippen, voorbij de stallen, tot aan het vastgeklonken riet. 
Hol klopte de echo van de klompen over het zwarte, zwarte ijs, tot aan de meerpaal.
Daar beukte de pikhaak door het maagdelijk vlies, in het gat van de vorige ochtenden. 
De pijlstok viel door zijn vingers en toen hij de bodem vond, bond de zoon zijn zakdoek om het hout, waar het boven het ijsvlak stak. De inkerving van de vorige nacht &#8211; de laatste van zijn vaders hand -  stond drie vingers onder die van nu. 
Diep genoeg. Dik genoeg. Hard genoeg.
It giet oan.
&#8195;
</pre></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Hoe zou je je voelen als...]]></title><description><![CDATA[(object)]]></description><link>https://lijnschutte.substack.com/p/hoe-zou-je-je-voelen-als</link><guid isPermaLink="false">https://lijnschutte.substack.com/p/hoe-zou-je-je-voelen-als</guid><dc:creator><![CDATA[Onlijn]]></dc:creator><pubDate>Mon, 23 Feb 2026 00:36:40 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!Pkew!,w_256,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0bd2092b-36a6-4eb0-8ad7-7e271de0ad3b_362x362.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<div class="preformatted-block" data-component-name="PreformattedTextBlockToDOM"><label class="hide-text" contenteditable="false">Text within this block will maintain its original spacing when published</label><pre class="text">Ik hang hier nu alweer een dag of wat. Het is beter voor me om te liggen. 
Op een plank of zo, een tafel, dat kan ook. Of donker, stofvrij het liefst. 
Behalve dat dat gehang me uit mijn vorm brengt, is het ook saai. Ik kom zo nergens. 
Maar ja, het caf&#233; is ook niet alles. De stromende regen ernaartoe. 
Daarom wil ik ook niet op een kruk. 
De laatste keer kwam er een dame op me zitten: helemaal in de kreukels natuurlijk. 
Nee zij niet: ik! 
Als ik dat met vroeger vergelijk.. Dan werd ik vergeten in de trein, of door kwaaie kinderen afgepakt. Dan renden ze met me naar het ven en schepten me vol met water. Alsof ik een emmer was.
&#8220;Zie ik eruit als een emmer?!&#8221; Brulde ik. Geen antwoord natuurlijk. Mij hoort nooit iemand.
&#8220;Nou dan!&#8221; Brieste ik hen na, druipend van binnen en buiten. En ik bleef liggen op het pad. 
Natuurlijk op m&#8217;n rand, dat was misschien nog m&#8217;n geluk.

&#8220;O kijk, wat een mooie ouderwetse!&#8221; Riep die ene. 
Ze waren met z&#8217;n twee&#235;n en een hond. 
Die snuffelde aan mijn gleuf, dat doen honden. 
Unversch&#228;mt! Ik kom oorspronkelijk uit K&#246;ln, maar dat ziet hier niemand.
Een mooie ouderwetse. Het moest een compliment zijn. 
Hij viste me van de grond en klopte met zijn hand de modder van me af.
&#8220;Wat moet je d&#225;&#225;r nu mee!&#8221; Tetterde die ander. 
&#8220;Die neem ik mee, ik maak hem thuis weer helemaal goed.&#8221; 
Hoe mensen op het idee komen.
De ketel werd op het gas gezet en toen die floot &#8211; ik kreeg haast een beroerte &#8211; graaide die ene me van het aanrecht, stak een pollepel onder m&#8217;n jeweetwel en hing me boven de stoom.
Een soort lokale sauna zeg maar. H&#233;&#233;t! Al m&#8217;n pori&#235;n gingen open. Ik wist niet eens dat ik ze h&#224;d. Alleen dat koude dompelbad bleef me bespaard, god lof.

Ik voelde me wel lekker op dat haar. Het was gewassen. Lekker fris  - en trouwens - zoveel was het ook weer niet.
Maar nu het lente is, heb ik afgedaan. Ik hang hier maar. 

De tussendeur kleppert, daar is die andere. 
&#8220;Lekker de winterspullen naar de kelder!&#8221; Schalt hij opgeruimd.
Hij grijpt de sjaals, de wanten en propt ze allemaal onder de klep van een rieten mand, die hij met &#233;&#233;n hand openhoudt. 
Dat zal je toch gebeuren, zeg, een half jaar in zo&#8217;n kelder, in zo&#8217;n muffe mand, opgepropt tussen die gebreide troep.
De plank ligt wel geriefelijk ruimer zo. Grats! Daar gaan de mutsen nog.. 
De winterspullen lekker naar de kelder..
Hee! Wat zullen we nou bele. . .


</pre></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Hart]]></title><description><![CDATA[&#8220;Maar wat doet het met je hart?&#8221; Vroeg ze.]]></description><link>https://lijnschutte.substack.com/p/hart</link><guid isPermaLink="false">https://lijnschutte.substack.com/p/hart</guid><dc:creator><![CDATA[Onlijn]]></dc:creator><pubDate>Mon, 23 Feb 2026 00:34:36 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!Pkew!,w_256,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0bd2092b-36a6-4eb0-8ad7-7e271de0ad3b_362x362.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<div class="preformatted-block" data-component-name="PreformattedTextBlockToDOM"><label class="hide-text" contenteditable="false">Text within this block will maintain its original spacing when published</label><pre class="text">&#8220;<strong>Maar wat doet het met je hart?</strong>&#8221; Vroeg ze. &#8220;Hier, van binnen?&#8221; Deze verduidelijking deed het voorkomen alsof mijn hart tot dan toe eigenlijk op de verkeerde plek, juist buiten de bekooiing van mijn borstkas, in een soort luchtledige, voor mij uit had gebonsd.
Terwijl deze gewaarwording nog op me inwerkte en ik &#8211; om een antwoord te formuleren op haar vraag &#8211; me inspande om de woorden bij elkaar te rapen, die zo&#8217;n buitenboord beleving inzichtelijk konden maken voor iemand die het niet zelf betrof, vroeg ze alweer verder. 
&#8220;Hier, van binnen!&#8221; herhaalde ze op een volume, alsof ik haar de eerste keer niet goed verstaan had. 
Was het mijn eigen verbeelding, of lag er een bestraffende toon in die woorden, alsof ze al geweten had wat zich bij me afspeelde, en er korte metten mee zou maken?

Ze keek me indringend aan, met haar linker oog. Het rechter gluurde afwezig naar de deur, alsof het zich kapot verveelde en hoopte dat er geklopt zou worden door iemand van de beveiliging, die een brandoefening afkondigde en ons allemaal kwam sommeren, om binnen vijf minuten beneden op de stoep te staan. 
&#8220;Jaaaaaaaaaa&#8230;&#8221;zei ze, bezwerend langzaam, &#8220;W&#224;t gebeurt daar?&#8221;

Ondertussen had ze haar linkerhand op haar borst gelegd en wreef in cirkelvormige bewegingen, met de klok mee, over haar blouse, waarop grote verwassen bloemen in elkaar overliepen, een beetje alsof iemand ze met ecolineverf geschilderd had en daarna iemand anders een beker water omgestoten had, eroverheen.
Mijn blik bleef haken aan de grote plastic ring, die om haar middelvinger bungelde, van epoxy zo te zien, waarin een soort laagjes waren aangebracht &#8211; ook hier -  van diep oranje tot helder geel aan de bovenkant. Het gewicht van de laagjes helde over naar opzij, alsof het steun zocht bij de ringvinger.
Toen zag ik het ineens en het was eruit voor ik er erg in had. 
&#8220;Daar zit een gat!&#8221; Riep ik. &#8221;Een groot zwart gat.&#8221;
&#8220;Een groot zwart gat&#8230;,&#8221; beaamde ze zalvend, alsof ze het steeds geweten had. 
&#8220;Dat moet pijnlijk zijn&#8230;&#8221; Ze fluisterde het haast en hield haar hoofd een beetje scheef.
&#8220;Nee, bij u, &#8220; lichtte ik toe: &#8221;in uw blouse.&#8221;
Het rechteroog keek naar de klok. Die tikte onverstoorbaar vijf seconden weg.
&#8220;Het spijt me,&#8221; zei ze, &#8220;maar het is tijd. Ik zie u weer volgende week.&#8221;
</pre></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[Dooi]]></title><description><![CDATA[Eergisteren stormde die kleine hier grommend het luik binnen.. Ik weet dan meteen hoe laat het is, al draafde ze nog zo geheimzinnig de gang door, de kamer in, onder tafel.]]></description><link>https://lijnschutte.substack.com/p/dooi</link><guid isPermaLink="false">https://lijnschutte.substack.com/p/dooi</guid><dc:creator><![CDATA[Onlijn]]></dc:creator><pubDate>Mon, 23 Feb 2026 00:33:05 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!Pkew!,w_256,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0bd2092b-36a6-4eb0-8ad7-7e271de0ad3b_362x362.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<div class="preformatted-block" data-component-name="PreformattedTextBlockToDOM"><label class="hide-text" contenteditable="false">Text within this block will maintain its original spacing when published</label><pre class="text">Eergisteren stormde die kleine hier grommend het luik binnen..
Ik weet dan meteen hoe laat het is, al draafde ze nog zo geheimzinnig de gang door, de kamer in, onder tafel. 
De Pieps was ook gelijk wakker: een rat. 

Ik begon alweer haast te huilen, want ik vind dat half dooie zo hartverscheurend, maar toen ik naderbij kwam, zag ik het: deze had onmiskenbaar het loodje al gelegd. Een geluk bij een ongeluk, zeg maar, als ik een brute moord met zo'n oud hollands eufemisme mag afzwakken..

Ze waren hier al van alles van plan met de rat, maar daar begin ik niet aan. 
Met de moord is de pret gelijk uit. Er wordt niet dan ook nog eens naar hartenlust gepingpongd, of gesquasht, gewroet, geknauwd, gesleept, geknabbeld en ontleed. 
Ik kom meteen met het stoffer en blik en veeg de overledene zo respectvol mogelijk (en zoveel mogelijk in &#233;&#233;n stuk) op het blik, dat men ook zo noemt als het van hard plastic is en een rubber randje heeft. 

Omdat vrouwen na de overgang zich door geen moord meer van de morele wijs laten brengen, heb ik de twee vorige slachtoffers tussen de bolletjes van de Spaanse Hyacinten begraven, aan de andere kant van het tuinpad dan waar Teiglin, de Woolis en twee van Delphi's kittens begraven liggen.  Ik houd de soorten ook na de dood liever gescheiden. 

Maar toen ik in de donkere winternacht buiten stond, met de rat op het plastic blik, lag er overal een dik pak sneeuw, dat juist begonnen was stevig aan te vriezen. 

Niet goed wetend wat te doen en met een akelig gevoel in mijn buik, parkeerde ik het blik van plastic even op het tafeltje, tussen de keukendeur en het ijzeren vuilnisvat. Misschien kon ik hem de volgende ochtend begraven. 

Maar de volgende ochtend was het zo koud, dat de wolkjes stoom bij de poezen uit de neusgaten kringelden. Bovendien was er een dikke sneeuwdeken over het plastic blik en de hele rest van de tuin gevallen. 
Omdat het zo'n akelig idee was, dat die rat daar nog altijd onder lag, besloot ik dan toch maar om hem bij het afval te schuiven. Respectloos, maar ja, zou hij of iemand anders behalve ikzelf daar ooit nog iets van merken? 

Het deksel van het vuilnisvat ging schuil onder een dikke laag sneeuw, die zowaar bleef zitten toen ik het lichtte. Ik schoof het blik tussen deksel en vat, keerde het om, klopte met het handvat een paar keer op de rand van het vat en luisterde en voelde intussen aan het gewicht, of hij erin gevallen was. 
Het blik voelde maar een klein beetje lichter. Hoeveel weegt zo'n rat helemaal?

Ik schoof het blik nog altijd ondersteboven onder het deksel vandaan en gluurde in het vat. Lege melkpakken, yoghurt emmertjes, een plastic pot waar een verdroogde korianderplant in gewoond had, de plastic zak van een bos bleekselderij, een beetje sneeuw. 
Geen rat. 
Ik liet het deksel vallen en gluurde voorzichtig onder het omgekeerde plastic blik. Ik draaide de bovenkant weer naar boven. Een diepvriesrat lag roerloos tegen het opstaande randje. Een glazig oogje loensde verdwaasd boven twee vergeelde snijtandjes uit. De roze voetjes en handjes zagen er zo verkleumd uit, dat de gedachte aan poppesokjes in me opkwam. Het vachtje zat onder de sneeuw en het ijs.

Alle leven had dit dierenlijkje verlaten, er was niets dierlijks meer aan en toch kon ik met de beste bedoelingen niets vies of griezeligs aan hem vinden. 
Ik zag wat het Nederlands zo mooi een stoffelijk overschotje noemt, van een dier dat ooit geleefd had. Een heel eigen, schrander, autonoom en uniek leventje, in &#233;&#233;n welgemikte hap van mijn Dymphi naar de andere wereld geholpen. Hopelijk een betere dan deze. 

Ik liet Memento Mori op het blik liggen, op het tafeltje, stampte de sneeuw van mijn laarzen, sloot de keukendeur achter me en waste m'n handen. Op deze momenten haat ik het alleen wonen het meest. 

Gisteren dooide het pijpenstelen. In een paar uur was alle witheid en kou verdwenen en had alles weer kleur en een nat waas. 
Ook de rat.
Hij zag er nu uit alsof hij er een flinke wandeling in de stromende regen op had zitten.
Ik liep naar de Spaanse Hyacinten, die al met hun verwarde sprieten boven de grond uitpiepen. No pun intended. 
Met de afgebroken schop, veegde ik wat blad opzij en polste de hardheid van de grond. De spade gleed erin als een warm mes in boter. 

Ik schepte &#233;&#233;n diepe groeve uit de aarde en stak de spa als een tijdelijke damwand achter het walletje. Het kuiltje was mooi schoon en precies groot en diep genoeg, voor rat. 

"Rust maar zacht, lief diertje, en dat je spitse zieltje maar fijn over de tuin mag waren. Snuffelend, schuierend en scharrelend, voor je pure nieuwsgierige plezier. 
En dat er dan wat blaadjes opwaaien als je langs komt snorren, en dat Dymphi dan voor niks in de bladeren springt en er met haar achterpoten in trapt en er dan weer uit springt. En jij kruipt en rent dwars langs, door en over haar heen, en gaat  helemaal je eigen rattegangetje. Laat je lijfje maar hier liggen, dat heb je nu niet meer nodig. Je was vast een lieverd, dat weet ik zeker. Rust maar zacht lieve rat. "

Ik trok de spade uit de grond en het aarden walletje rolde als een dekentje over het verlaten rattelijfje. Ik trok het nog een beetje over hem heen, en schraapte er wat bruine zachte Magnolia blaadjes over. 

De keukendeur kraakte, leek het. Maar dat was de mauw van Dymphi, die altijd al heel goed krakende deuren imiteerde. Ze kronkelde om mijn benen en hupte toen voor me uit naar binnen. Ze had ook al koffie gezet.
</pre></div>]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[David]]></title><description><![CDATA[&#8220;O mijn god,&#8221; dacht David, &#8220;nu groeit er ook al haar omheen!&#8221; Hij stond in zijn kamer, voor de lange spiegel die op zijn dichte deur hing. Zijn hockeystick stond rechtop in de paraplubak, die uit het huis van oma kwam. Er was een jachttafereel op geschilderd. Opgevouwen op het bed, onder het raam, lag een hagelwit broekje en zijn bordeauxrode hockeyshirt.]]></description><link>https://lijnschutte.substack.com/p/david-5e9</link><guid isPermaLink="false">https://lijnschutte.substack.com/p/david-5e9</guid><dc:creator><![CDATA[Onlijn]]></dc:creator><pubDate>Sun, 22 Feb 2026 21:33:48 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!Pkew!,w_256,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F0bd2092b-36a6-4eb0-8ad7-7e271de0ad3b_362x362.png" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<div class="preformatted-block" data-component-name="PreformattedTextBlockToDOM"><label class="hide-text" contenteditable="false">Text within this block will maintain its original spacing when published</label><pre class="text">&#8220;O mijn god,&#8221; dacht David, &#8220;nu groeit er ook al haar omheen!&#8221;
Hij stond in zijn kamer, voor de lange spiegel die op zijn dichte deur hing.
Zijn hockeystick stond rechtop in de paraplubak, die uit het huis van oma kwam.
Er was een jachttafereel op geschilderd.
Opgevouwen op het bed, onder het raam, lag een hagelwit broekje en zijn bordeauxrode hockeyshirt. &#8220;Schaerweijde&#8221; stond er in grote gouden letters op.
David haatte hockey. Hij haatte de jongens uit zijn team. Hij haatte de meisjes trouwens ook. Hij haatte zijn trainer, die hem aansprak bij zijn achternaam en die de kunst, of het spraakgebrek verstond, om te schreeuwen met een aardappel in zijn keel.
Het enige waar David van hield was de tock, die hij onder zijn broekje schoof en daar aan zijn huid vast tapete, strak, zodat er niets van te zien was en hij niet herinnerd hoefde te worden aan dat vreemde lichaamsdeel, dat nooit bij hem gehoord had, dat als een uitstulping per vergissing naar buiten hing, dat kleefde aan je huid en waarvan je een beetje wijdbeens ging lopen. 

Op de basisschool had David nog, met behulp van zijn grote verbeeldingskracht en zijn openhartige karakter, kunnen meespelen met de andere kinderen: touwtje springen kon hij goed, radslagen maken en hij maakte vlechten met vier en met vijf strengen, in de haren van zijn vriendinnetjes en van hemzelf, zonder ooit in de war te raken. Op een dinsdag in het speelkwartier, had hij een keer drie strengen van zijn eigen haar, met twee strengen van het haar van Hillie vervlochten. Ze zaten als een Siamese tweeling aan elkaar vast en waren om twaalf uur naar het huis van Hillie gelopen, om daar brood te eten en - voorzichtig - allebei een beker melk te drinken. Het was bijna goed gegaan, tot Hillie zich bij de laatste slok verslikte en de rest van de melk in haar t-shirt goot. Toen moet de vlecht toch los, want anders kon Hillie geen droog t-shirt aan; ze hadden het geprobeerd.
In spel kon eigenlijk alles. Op zijn kamer hadden ze dikwijls moedertje en moedertje gespeeld en zijn beer was het kind, dat zijn maillot onder kakte en dan voor straf op zijn blote pluchen billen kreeg.

Maar nu zat hij op de middelbare. Een stad van een school, met wel tweeduizend gevoelloze kinderen erop en er waren aparte kleedkamers met gym. 
David had altijd graag en hoog gezongen. Hij zong tweestemmig met oma &#8220;In &#8217;t groene dal, in &#8217;t stille dal&#8221; en oma zong altijd de lage stem. 
Hij dacht dat oma hem wel begrepen had.
&#8220;Dat staat je schattig, lieverd.&#8221; Had oma eens gezegd, toen ze hem de lange, frambozenrode duster omhing, terwijl ze hem uit bad kwam halen. 
&#8220;Lieverd,&#8221; zei oma. Ze noemde hem lieverd. 
Nooit David.

De laatste keer met Kerst had ze hem zo&#8217;n rozerode badjas cadeau gedaan, in zijn eigen maat. 
&#8220;Wat is dat in godsnaam voor flauwekul!&#8221; Had zijn vader gebruld. &#8220;Een aardbeienjurk? Hij is toch geen mietje?&#8221;
&#8220;Het is toch maar een badjas, Laurent&#8230;&#8221; had zijn moeder nog gesust.
Maar zijn vader had de badjas met papier en al van zijn schoot gegrist en woedend naar oma gekeken, die zwijgend terugkeek, met haar zachte gezicht. 
&#8220;<em>Mijn</em> zoon is g&#233;&#233;n mietje.&#8221;  Had zijn vader tussen opeengeklemde tanden naar oma gegromd en David had tranen in zijn ogen zien staan. 
Toen was hij met grote passen naar de tuin gebeend; hij had het cadeau in de vuilnisbak gesmeten en het met zijn schoen naar de bodem getrapt. 

</pre></div>]]></content:encoded></item></channel></rss>